Pompoen kroketjes uit Japan (kabocha korokke)

Pompoen kroketjes uit Japan (kabocha korokke)

Knapperig aan de buitenkant, zacht aan de binnenkant. Zoet door de pompoen, hartig door de bacon. Klinkt goed, toch? Dit zijn kabocha korokke: Japanse pompoen kroketjes. Of eigenlijk pompoen bitterballen, want ze zijn meestal klein en rond.

Korokke コロッケ is een ‘verjapansing’ van het Franse croquette. Traditioneel worden ze gemaakt van aardappelpuree, eventueel met groente of vlees. Ze zijn goedkoop en in Japan zie je ze overal. Japanners zijn namelijk niet alleen dol op sushi, rijst en ramen: ook van een vette hap zijn ze niet vies! Lees hier bijvoorbeeld wat er te snacken is in Osaka.

Deze pompoen kroketjes worden gemaakt van kabocha. Dit is een vrij kleine pompoen met een gestreepte groene schil. Als je hem in tweeën snijdt, verschijnt het fel oranje vruchtvlees. Kabocha is zoeter dan de meeste andere pompoensoorten. Door hem te roosteren, komt de zoete smaak extra goed naar voren. Dit recept is ideaal als je nog een restje geroosterde pompoen over hebt, bijvoorbeeld na het maken van aubergine-pompoengratin met miso. Je kunt deze kroketjes eenvoudig vegetarisch maken door de bacon weg te laten. Ik zou dan wel wat extra zout toevoegen (of bijvoorbeeld mini-blokjes kaas!)

Het rollen van de balletjes is een plakkerig karweitje. Misschien leuk met kinderen! Of juist niet, want ik vrees dat daarna je hele huis onder de pompoen zit…

Ingrediënten voor 8 pompoen kroketjes

  • 350 gram kabocha (ongeveer ⅓ van een grote kabocha)
  • 1 eetlepel olie
  • 1 ui
  • 3 plakjes bacon
  • groene peper
  • klontje boter
  • zwarte peper + zout
  • +/- 50 gram bloem
  • 1 ei (geklutst)
  • +/- 50 gram panko (Japans broodkruim; je kunt dit eventueel vervangen door ‘gewoon’ paneermeel, maar het resultaat is dan iets minder bros)
  • olie om in te frituren

japanse kroket

Bereidingswijze

  1. Snijd de kabocha in plakken van +/- 3 centimeter. Dit komt niet zo nauw, want je gaat de pompoen later prakken. De pitjes kun je weggooien. Meng de pompoenplakken met 1 eetlepel olie. Bak ze 45 minuten op 200 graden in de oven, tot de pompoen zacht is. Laat hem daarna iets afkoelen.
  2. Snipper de ui, snijd de bacon in kleine stukjes en hak de groene peper fijn. Bak dit een paar minuutjes met een klontje boter.
  3. Verwijder de schil van de pompoen. Prak de kabocha met een vork. Meng de ui, bacon en groene peper erdoor. Breng het mengsel op smaak met peper en zout.
  4. Maak van het pompoenmengsel balletjes ter grootte van een bitterbal.
  5. Paneer de balletjes. Haal ze eerst door de bloem, vervolgens door het ei, en tot slot door de panko. Laat de balletjes een kwartiertje rusten in de koelkast.
  6. Verhit de olie tot 170 graden. Dit kun je testen door er een klein beetje panko in te strooien. Als dit direct gaat bruisen en boven komt drijven, is de olie goed. Bak de kroketjes in porties (als je teveel balletjes tegelijk in het vet gooit, daalt de temperatuur van de olie, en worden de balletjes slap en vettig). De binnenkant is al gaar, dus als ze goudbruin zijn, zijn ze klaar!

Meer weten over Japans eten?

 



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *